Zolang iemand zich kon herinneren, was zijn lange, golvende haar zijn handelsmerk geweest—dik, gezond en bijna tot aan zijn middel.
Mensen maakten er vaak opmerkingen over; sommigen bewonderden het, anderen plaagden hem of dachten zelfs dat hij een meisje was van achteren. Meestal trok hij zich er weinig van aan—het hoorde gewoon bij wie hij was.
Maar diep vanbinnen begon er iets te veranderen. Hij begon te voelen dat zijn haar hem verstopte in plaats van hem te laten zien. Op een dag nam hij stilletjes maar moedig een beslissing—zonder het iemand te vertellen. Hij liep een kapsalon binnen en vroeg om iets totaal anders: een korte, frisse knipbeurt die hem volledig zou veranderen.
Terwijl de lange lokken op de vloer vielen, voelde hij een verrassende lichtheid, bijna een gevoel van vrijheid. De transformatie was verbluffend. Plotseling kwamen zijn scherpe jukbeenderen, heldere ogen en gedefinieerde kaaklijn—kenmerken die ooit verborgen waren—tevoorschijn. Toen hij in de spiegel keek, was hij zelf verbaasd.
De jongen met het lange haar was verdwenen. In zijn plaats stond iemand nieuw—zelfverzekerd, verfrist en klaar om de wereld tegemoet te treden met een vernieuwd gevoel van eigenwaarde.
